Uitgangspunten van de Natuurlijke Alliantie

De Natuurlijke Alliantie is een procesmethode voor duurzame ruimtelijke planning en klimaatadaptatie. De aanpak is vooral voortgekomen uit ‘lerende’ projecten voor en met de steden Nijmegen, Arnhem, Amersfoort, Breda en Haarlem.

1 Feitenrelaas

Uitgangspunt is een feitenrelaas van het natuurlijke systeem, als basis voor belangrijke maatschappelijke ruimtelijke keuzes. Kansen en uitgangspunten van onder andere bodemsoorten, reliëf, watersysteem en biodiversiteit (natuurwaarden) worden hierop gebaseerd.

2 Integraliteit

In het natuurlijke systeem zijn bodem/ondergrond, water en natuur/groen een eenheid. Het feitenrelaas is gericht op het begrijpen en uitleggen van de eenheid en samenhang tussen die deeldomeinen.

3 Schaalniveaus

Elke kans en probleem heeft zijn eigen schaalniveau. Die schaalniveaus hangen sterk met elkaar samen. We richten ons vooral op de schaalniveaus regio/stad, wijk/dorp en inrichting/straat. De schaalniveaus zijn zowel van belang bij analyses, als bij ontwikkel- en inrichtings- en ontwerpopgaven.

4 Samenwerking en Creativiteit’

workshopIedereen bezit over creativiteit vanuit eigen kennis en ervaring. Een kennisfundament op basis van de bovengenoemde uitgangspunten vormt een onderlegger voor creativiteit en input van kennis van experts, bewoners, bestuurders etc.

5 Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie wordt beschouwd als één van de opgaven in een systeemgerichte RO aanpak.

zie www.klimaatatelier.nl

Procesaanpak

Processchema I

Er zijn meerdere goede methodes voor beleid en inrichting in het ruimtelijke domein. De Natuurlijke Alliantie is een logische keuze, als je het natuurlijke systeem van bodem, water en natuur kiest als fundament van je beleid en planning. Dit kan gelden op regionaal niveau, stads- en wijkniveau én inrichtingsniveau.

Vanuit talrijke praktijkprojecten is een proceshoofdlijn gedestilleerd, die bij deze systeembenadering het meest effectief is. De procesopzet bestaat uit 4 trajecten*: (I) Urgentie en Ambitie, (II) Beleid, (III) Inrichting én (IV) Gebruiken, Beheren en Reflectie. Deze 4 trajecten zijn uitgewerkt in 10 planstappen. Trajecten en processtappen worden in deze handreiking van de website toegelicht.

De stappen zijn genummerd van 1 t/m 10. Dit betekent niet dat deze volgorde altijd gevolgd moet worden. Bij elke stap kan worden ‘ingetreden’. De stappen kunnen gezien worden als hulpmiddel om de startsituatie te herkennen en om van daaruit een logisch en consistent vervolgproces te organiseren.

* Bij de trajecten heeft een afstemming plaatsgevonden met de procesadviezen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, dat onderscheid maakt in: Weten, Willen en Werken (zie www.ruimtelijkeadaptatie.nl). In de praktijkprojecten bleek dat deze 3-deling herkenbaar is, maar in de trajecten vaak gecombineerd worden. Deze nuancering is aan het procesidee toegevoegd.

I Urgentie en ambitie

Traject I is gericht op kennis van de problematiek, en de urgentie daarvan. Op basis daarvan dient een concrete ambitie te worden bepaald, en ook inzicht in kansen en actoren. Het is belangrijk om de ambitie bestuurlijk te borgen. We combineren vooral Weten en Willen.

II Beleid

Traject II richt zich op het overkoepelende beleid. Gebiedskennis van de stad als deel van de regio is cruciaal.  Nieuwe beleid is vaak onnodig, wel kan veelal veel voordeel behaald worden door bestaande beleidsvisies en bestaande kennisdocumenten te integreren. Daarbij kunnen hiaten worden aangevuld en strijdigheden worden hersteld. Het traject moet uitmonden in richtlijnen en principes, die herkenbaar uit de visies voortkomen. Ook nu combineren we met name Weten en Willen.

III Inrichting

In traject III staat concrete inrichting en herinrichting centraal.  Concrete gebiedskennis biedt een noodzakelijke basis. In een vaak interactief planproces wordt vanuit een toekomstvisie (met vaak meerder scenario’s) nar een concreet gebiedsprogramma toegewerkt. Dit bied een kans voor regie op inrichtingsplannen en de uitvoering daarvan. Traject III combineert zowel het weten, het willen als het werken.

IV Gebruiken, beheren en reflectie

Beleid wordt toegepast, dat levert ervaringen op. Gebieden worden gebruikt en benut, ook daaruit zijn ervaringen en lessen te destilleren. Door deze ontwikkelingen goed te volgen kan worden bijgestuurd. Dit bijsturen kan betrekking hebben op verbetering van beleid en principes, ook op aanpassingen in het veld. We combineren ook hier het weten, het willen als het werken.